Pinksteren 2014

Handelingen 2: 1-4. Exodus 3:2. 2014.06.08

Wat voor vuur merken we van Pinksteren?
Met wat voor verwachting zijn we gekomen?
Hopen we iets mee te maken vandaag.
Vuur van de Geest?
Vernieuwing van ons hart?

Stel nou, dat er iets bijzonders zou gebeuren.
Dat je anders de dienst uitgaat dan dat je hier gekomen bent?
Wat moet er dan gebeuren?

Misschien hebben we iets aan dit pinksternieuws.

Vuur van Gods nabijheid.
Wat een intens moment in Jeruzalem.
Een vuur dat niet verteert.

We lezen niet hoe dit is geweest voor de discipelen.
Maar het moet een bijzondere ervaring zijn geweest.

Vuur is altijd indrukwekkend.
Vaak een teken van Gods ontzagwekkende nabijheid.
Psalm 68:
Gods nabijheid is voor goddelozen afschrikwekkend:
vuur dat was doet wegsmelten.

De Bijbel leert ons afstand.
Als God verschijnt in vuur
dan deinst de mens achteruit.
Vuur staat ook voor oordeel.
Kijk de plaatsen in het NT maar na op vuur.
90% heeft te maken met oordeel.

Pinkstermoment.
Deel met iemand naast je of voor je wat je beleeft op een moment van groot ontzag voor God.

En toch is het hier voor de discipelen goed.
Het doet geen pijn.
Het geeft ruimte om te leven en te spreken.

Want God koos er voor
om op deze manier heel dicht bij te zijn.

Het is een opvallende gelijkenis met wat Mozes meemaakte.
Hij zag die struik branden
maar hij zag ook dat de struik overeind bleef.

Dat was de manier waarop de Here zich liet kennen.
Een ontzagwekkende nabijheid.
Mozes mocht niet zomaar te dichtbij komen.
Als God verschijnt gaat de mens op zijn gezicht.
De schoenen uit
de neus in het stof.

Maar de Here liet zich kennen in zijn liefde en ontferming.
Die struik bleef in leven.
Het vuur verteerde niet.
En Mozes mocht het volk van God gaan halen.
Met de belofte dat God de God is die er altijd zal zijn.

En God was er dan ook toen Mozes met het volk op weg ging.
In het vuur in de woestijn.
Als teken van zijn ontzagwekkende nabijheid: het volk moest vaak op afstand blijven.
Maar ook als teken van nabijheid en richting.
Als een vuurkolom ging de Here voor zijn volk uit.

En nu is er weer vuur.
Nu op deze pinksterdag is de tijd rijp.
SV: de dag van pinksteren was vervuld.
Het is de tijd om te oogsten.
God komt nabij op een nieuwe manier.

De ontzagwekkende nabijheid van God
zonder een spoortje angst.
Zonder dat de kleinheid van de mens wordt benadrukt.

Want het werk van Jezus is volkomen.
De mens die God heel dichtbij bracht.
De mens die God en mens verzoende
zodat de afstand overbrugd kon worden.
De mens die zelf de hitte van het vuur van Gods verhevenheid voelde
en daaraan heeft geleden.

Nu wordt de kleinheid van de mens niet meer benadrukt.
Juist niet.
God is niet zomaar nabij.
Het vuur slaat naar binnen.
God komt en de discipelen staan in vuur en vlam.
Het brandt in hen met een gloed die niet meer te doven is.
Want God komt bij de mens naar binnen.
En de goddelijke energie komt stralend naar buiten.

Vurig spreken door de Geest.
De discipelen gaan vurig spreken.

In de griekse tekst is de link heel duidelijk.
Tongen als van vuur
zijn werden vervuld met de HG
en zij spraken in allerlei tongen.
dat betekent hier uiteraard talen.

God komt naar alle mensen toe.
God komt in de taal die bij de mensen past.
Ieder in zijn eigen tong.
Dat is wat de discipelen moesten laten zien.
Sprekend moesten zij God bij de mensen brengen.

En de boodschap is helder en vurig.
Kijk maar naar het resultaat.

37. Toen zij dit hoorden waren zij diep getroffen en vroegen aan Petrus
en de andere apostelen:
wat moeten we doen?

De luisteraars zijn met God geconfronteerd.

Door de Geest gedreven
is de preek vurig.
De overweldigende manier waarop God naar ons toe kwam in Jezus Christus
staat centraal.

De hitte van het oordeel komt er in naar voren.
Deze Jezus, hebt u door heidenen laten kruisigen en doden. (23).

De warmte van de liefdevolle benadering van God.
Keer om.
Laat je dopen.
Laat u redden uit dit verdorven geslacht.

Meditatief moment in de preek.
Wat moeten we veranderen als we de boodschap van de discipelen horen:
Keer om en laat je dopen.
Muziek terwijl de tekst van gezang 483:4 op het scherm staat.

Een leven in vuur en vlam.
Het vuur sloeg in en de mensen veranderden.

Hier gebeurt waar de discipelen om gevraagd hadden.
Vlak voor de hemelvaart vroegen ze:
“gaat u nu het Koninkrijk van God vestigen”
En Hij antwoordde min of meer:
“doe het zelf”.
Je zal de gaven ontvangen als de Geest komt.

En zo gaan de discipelen aan het werk.
Met een wervelwind van vuur en gaven.
De woorden die zij spreken maken grote indruk.
We zullen in Handelingen verder zien
hoe zij net als Jezus Gods nabijheid laten zien.
Met tekenen en wonderen
en met preken die levens veranderen.

Zo maakt de uitstorting van de Geest mogelijk
wat ons met hemelvaart is geleerd.
Jezus is in de hemelse werkelijkheid heel dicht bij ons.
De hemel is onder ons bereik
omdat we Hem mogen laten zien
en het nieuwe van de wereld onder onze handen mag oplichten.

Dat ontstaat als je leeft in vuur en vlam.
Als het vuur van de Geest naar binnen is geslagen
en dan met grote kracht naar buiten komt
omdat de Heer in je leeft.

Mensen kunnen dan in ons spreken de stem van God horen.
In onze handen de handen van God herkennen.
In onze liefde
herkennen dat die grenzen overschrijdt
en dat we de liefde van de Heer laten zien.
Het feest van de hemel is op aarde losgebarsten.

Je kan je soms afvragen of dat nog steeds waar is.
Die enorme hoeveelheid aan gaven herkennen we nauwelijks meer.
Genezing vind vaker plaats in het ziekenhuis dan in de gemeente.
Dat is ook het voortgaande werk van de Geest.
Maar misschien is er wel meer mogelijk.

Je kan als je Handelingen leest een groot verlangen krijgen.

Dat is goed en belangrijk.
De Bijbel leert ons nergens dat die bijzondere gaven zijn gestopt na de eerste jaren.

Dat vraagt om bezinning.
Wat de Geest concreet kan doen in ons leven.
Misschien is er wel meer mogelijk.

Op het pinksterfeest moet je toch de vraag stellen
“hoe houden we het vuur brandend?”.

Wat dat precies betekent voor de bijzondere gaven van de Geest weet ik niet.
Ik weet wel dat niet iedereen hier in Heemstede vervult is van ontzag over wat wij allemaal aan tekenen en wonderen doen.
Ik weet ook niet of God dat allemaal wil geven op dezelfde manier als toen in Jeruzalem.

Het zou goed kunnen,
want het is dezelfde God
en hetzelfde krachtige evangelie.
Maar misschien heeft deze tijd iets anders nodig.

Hoe blijf je als NGK een pinkstergemeente?
Of hoe wordt je het als je het bent kwijtgeraakt.

Handelingen 2 leert ons iets geweldigs.
Het feest loopt uit om het leven van de gemeente.

43. De vele tekenen en wonderen die de apostelen verrichtten , vervulden iedereen met ontzag. Allen die het geloof hadden aanvaard, bleven bijeen en hadden alles gemeenschappelijk. Ze verkochten al hun bezittingen en verdeelden de opbrengst onder degenen die iets nodig hadden. Elke dag kwamen ze trouw en eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde.
42. Ze bleven trouw aan het onderwijs van de apostelen,
vormden met elkaar een gemeenschap,
braken het brood
en wijdden zich aan het gebed.

Dat was even de hemel op aarde.
Daar in die gemeenschap proefde je de liefde van God.
Daar was je samen bezig om je te verdiepen in het Woord van God
kennis en inzicht te vermeerderen en elkaar aan te scherpen.

In de gemeente oefenen we ons om onder de indruk te zijn van Gods grootheid.
We bezinnen ons steeds weer op de vraag wat het voor ons betekent om met de liefde van God geconfronteerd te worden
en we bouwen vol van de Geest aan de gemeenschap.
Want vanuit die gemeenschap mag het geweldige nieuws de wereld in.

God geeft ons aan elkaar
om samen op zoek te zijn.
Samen de verwondering over wat God doet steeds weer te beleven.

Zodat het vuur opnieuw opvlamt.

En de warmte en de gloed er van in ons leven ervaarbaar is.

Wat zou er moeten gebeuren om anders weg te gaan dan we zijn binnengekomen.
Het mooie van de gemeenschap is dat die altijd kan groeien.
Dus misschien wel een vernieuwd verlangen naar groei,
opnieuw kijken om elkaar te zien
en vol vreugde elkaar uit Gods hand te ontvangen.

Afsluitend gebed:
Heer laat ons doordrongen zijn van uw grootheid.
Leer ons te leven in diep ontzag voor het oordeel dat nodig was en dat gedragen is door uw Zoon.
En vul ons met uw Geest zodat we als gemeente steeds samen zoeken naar uw weg, elkaar opbouwen en toerusten om de wereld in te gaan. Zodat de hemel zichtbaar wordt in ons aardse leven.